Tenniselleboog - Waarom rust alleen niet volstaat
Wat is een tenniselleboog?
De medische naam is laterale epicondylitis, maar die naam is eigenlijk wat verouderd: Het achtervoegsel "-itis" betekent ontsteking en die is bij deze klacht niet altijd aanwezig. Correcter spreken we van tendinopathie: Een aandoening van een pees waarbij het peesweefsel is beschadigd en verzwakt, door overbelasting, met pijn en verminderde belastbaarheid tot gevolg.
Hoe ontstaat dit juist?
Een gezonde pees is gewend om regelmatig belast te worden, dat is zelfs nodig om sterk te blijven. Bij elke belasting breekt en herstelt het weefsel van de pees waardoor hij sterker wordt. Dit is een beetje zoals een spier die sterker wordt na krachttraining. Bij een tenniselleboog loopt dit herstelproces vast. De pees blijft "hangen" in een tussenfase waarin het weefsel minder stevig en minder ordelijk is opgebouwd. Daardoor is de pees minder bestand tegen belasting en gevoeliger voor pijn.
Een tenniselleboog ontstaat niet alleen door "te veel" belasting en ook niet altijd doordat er effectief iets veranderd is aan wat iemand doet. Vaak blijft de belasting zelfs net hetzelfde maar verschuift de manier waarop die belasting op de pees terechtkomt, bijvoorbeeld door een stroeve schouder, een minder soepele pols of een nek die minder goed meebeweegt. De arm probeert dan te compenseren en daardoor komt er net iets meer druk op de peesaanhechting bij de elleboog te liggen dan die aankan. Soms is er wél een duidelijke trigger (meer tuinieren, een nieuwe repetitieve beweging op het werk) maar minstens even vaak zit de eigenlijke oorzaak hoger of lager in de keten terwijl de dagelijkse belasting op de arm ongewijzigd bleef.
Dit verklaart meteen ook waarom rust alleen zelden helpt. De pees heeft geen totale stilstand nodig maar net een geleidelijke en opbouwende belasting om dat vastgelopen herstelproces weer op gang te trekken. Dit noemen ze het remodelleren van peesweefsel. Het proces heeft vaak 12 weken nodig en verloopt het best via excentrische peestraining.

Wat zijn de symptomen?
Het meest herkenbare symptoom is pijn aan de buitenkant van de elleboog, vaak net onder het botpuntje. Die pijn blijft niet altijd netjes ter plaatse. Ze kan uitstralen naar de onderarm en bij sommige mensen zelfs tot in de pols.
Typisch is dat de pijn vooral opduikt bij specifieke bewegingen eerder dan constant aanwezig te zijn. Grijpen, tillen, iets simpels als een deurklink omdraaien of een pot opendraaien kan de pijn plots doen opflakkeren. Ook een handdruk geven of een kopje koffie oppakken kan al voldoende zijn. Naast de pijn merken veel mensen dat hun hand minder kracht heeft dan voorheen.
Bij langdurige klachten of forse ontsteking van de pees kan de pijn aanwezig zijn in rust of 's nachts en kan de onderarm bij intensief gebruik stijver aanvoelen. Het patroon en de intensiteit verschillen sterk van persoon tot persoon, wat meteen ook aangeeft waarom een individuele beoordeling belangrijk is.

Welke behandeling is aangewezen?
Rust vermindert tijdelijk de pijn maar pakt zelden de oorzaak aan. Een pees die te weinig belastbaar is geworden, herstelt niet vanzelf door hem enkel te ontzien. Sterker nog, te lange rust kan de pees net minder bestand maken tegen belasting waardoor de klacht terugkeert zodra je de activiteit hervat.

Wat wél werkt, is een combinatie van:
- Manuele technieken zoals fricties en soft tissue technieken om de spanning in de onderarmspieren en het bindweefsel rond de elleboog te verminderen
- Gerichte oefentherapie met name excentrische peestraining
- De juiste dosering van belasting
- Dry needling
De osteopathische kijk - meer dan de elleboog alleen
Een tenniselleboog ontstaat zelden geïsoleerd en dat is precies waar de osteopathische benadering vertrekt. Niet enkel het pijnpunt bekijken maar de hele keten die de belasting op de pees mee bepaalt.
- Pols en onderarm: een beperkte beweeglijkheid van het spaakbeen (radius) ten opzichte van de ellepijp (ulna) of van de handwortelgewrichten kan de spanning op de strekspieren blijvend verhogen.
- Elleboog zelf: de mobiliteit van het radiohumerale gewricht (waar het spaakbeen op de bovenarm draait) wordt onderzocht; een lichte beperking in mobiliteit kan de pees bij elke draai- of grijpbeweging extra belasten.
- Schouder en schoudergordel: een verminderde scapulaire controle of stijfheid in de schouder dwingt vaak de onderarm en pols om te compenseren, wat de klacht in stand kan houden.
- Nek en bovenrug: spanning of een bewegingsbeperking in de cervicothoracale overgang kan via zenuwbanen en spierketens meespelen in de gevoeligheid van de arm.
- Fascia en spierketens: het bindweefsel loopt door van hand tot schouder; lokale behandeling van de pees zonder aandacht voor die keten geeft vaak maar een tijdelijk effect.
Vanuit deze bevindingen behandelen we niet alleen lokaal maar ook de bovengenoemde gewrichten en weefsels die de belasting op de pees mee bepalen. Dit doen we met manuele mobilisatietechnieken, gerichte weke-delentechnieken en waar nodig dry needling steeds in combinatie met een opbouwend belastingsschema voor de pees zelf.
Wanneer kom je best langs?
Hoe langer een tenniselleboog aansleept, hoe hardnekkiger de klacht meestal wordt. Voel je al enkele weken pijn bij grijpen of tillen of merk je dat rust geen verbetering brengt? Dan is het raadzaam niet te wachten tot het "vanzelf" overgaat.
Twijfel je of jouw elleboogklacht een tenniselleboog is? Maak een afspraak en we bekijken het samen tijdens de eerste consultatie.
